MusicWeb International/National Orchestral Discography Pages en Jan van Dijk

MusicWeb International is een Amerikaanse website. Men vindt hier o.a. een database met als titel ‘National Orchestral Discography Pages’.

Het is, per componist, een lijst van opnames op vinyl en CD van uitvoeringen van symfonieën en concerto’s van componisten van over de hele wereld, inclusief de naam van de uitvoerende orkesten, de dirigenten en de labels waarop de uitvoering is verschenen.

De componisten zijn ingedeeld naar, voor Amerikanen logische, geografische regio, bijvoorbeeld Benelux and Swiss Symphonies, American Symphonies, Russian, Soviet and Post-Soviet Concertos. Ieder item over een componist begint met een korte biografie.

In november 2022 ontving de Stichting een email van Mr. Stephen Ellis, de beheerder van de database. Hij schreef dat hij de naam Jan van Dijk ooit wel eens tegengekomen was, maar hij nog nooit muziek van hem had gehoord en graag een elpee of cd zou willen kopen bij de Stichting. Bovendien zou hij Jan van Dijk graag opnemen in de hierboven genoemde database om zo de wereld van verzamelaars van opnames van symfonieën op de hoogte te stellen van het bestaan van deze werken van Jan van Dijk.

Tussen november 2022 en april 2023 is er veel (plezierig) email verkeer over de Atlantische Oceaan gegaan.

Met 2 resultaten:

  1. De tekst van de inhoud van het item over Jan van Dijk die een van de komende weken in de imposante Discography zal worden opgenomen. (De eenvoudigste weg naar de database is googlen op ‘National Orchestral Discography Pages’ en vandaar verder zoeken onder Benelux and Swiss Symphonies).
  2. Een kritische beschouwing door Mr. Ellis van Symfonieën 4 en 6 en Sinfonietta’s 2 en 3 van Jan van Dijk. Zie hieronder de Engelse en Nederlandse versie. (De Symfonieën 4 en 6 en Sinfonietta’s 2 en 3 zijn op CD 18 verkrijgbaar bij de Stichting).

Engelse versie.

In international music circles, the existence of the long-lived Dutch composer and music critic Jan van Dijk (1918–2016) is a well-kept secret. Though having produced 1,264 (!) compositions, Dijk’s music remains virtually unknown—even in his homeland. His lineage is strong, which includes advanced studies with the great Willem Pijper and teaching at conservatories in Rotterdam, Tilburg, and The Hague for 31 years. But circumstances that are not fully understood even to this day have kept him an obscure figure. For example, in 2000, the noted musicologist Jolande van der Klis published the book The Essential Guide to Dutch Music: 100 Composers and Their Work, and, remarkably, Van Dijk is not one of the 100 profiled composers and is mentioned on only one page—merely as the teacher to one of the 100!

      Nothing quite explains Van Dijk’s obscurity: his music is not atonal, frequently employs colorful instrumental combinations, and is often classically contrapuntal. He won several major music prizes, and his large oeuvre encompasses the common genres of symphony, concerti, chamber music, and solo vocal and instrumental works—as well as including pieces intended for amateur performers. More than 400 of his works were once available from the former Dutch publishing house, Donemus. His works are varied and engage both one’s intellect and emotion.

       Here are my remarks on four of Van Dijk’s typical larger-scale works, all recorded by the Jan van Dijk Foundation:

      The orchestral Symfoniettas (No. 2 of 1952 and the minuscule four-minute No. 3 of 1956]) are genial, unpretentious compositions that display some of the epigrammatic tendencies favored by Pijper.

      Van Dijk’s 1951 large-scale Symphony No. 4 for Soli, Chorus, and Orchestra, to texts by three esteemed Dutch writers, two 17th-century and one 20th-century, is an at times quasi-operatic, three-movement epic lamenting the changing world—what used to be is not there anymore: to begin, there is a homesickness over the loss of a once elegant, country home on a small river to Amsterdam that in the past witnessed a now passed “glorious age”; there is violent opposition toward the construction of an extravagant ship thought to people at an earlier time to be an affront to heaven itself; and, finally, out on a walk, a poet sees “everything messed up”: the wheel of the world has turned it “upside down” and “there are rebellions everywhere and nothing stays the way it was.”

      Finally, the very brief Symphony No. 6 of 1961 shows an embrace of a somewhat more modern timbre and temperament in colorful orchestration.

Vertaling in het Nederlands.

In internationale muziekkringen is het bestaan van de langlevende Nederlandse componist en muziekcriticus Jan van Dijk (1918-2016) een goed bewaard geheim. Hoewel hij 1.264 (!) composities heeft geproduceerd, blijft Van Dijks muziek vrijwel onbekend, zelfs in zijn thuisland. Zijn achtergrond is sterk: hij studeerde bij de grote Willem Pijper en gaf 31 jaar lang les aan conservatoria in Rotterdam, Tilburg en Den Haag. Maar door omstandigheden die tot op de dag van vandaag niet volledig worden begrepen, is hij geen componist van naam en faam geworden. Zo publiceerde de bekende musicologe Jolande van der Klis in 2000 het boek The Essential Guide to Dutch Music: 100 Composers and Their Work, en opmerkelijk genoeg is Van Dijk niet één van de 100 geprofileerde componisten en wordt hij slechts op één pagina genoemd – alleen als docent van één van de 100!

      Niets verklaart Van Dijks onbekendheid: zijn muziek is niet atonaal, maakt vaak gebruik van kleurrijke instrumentale combinaties en is vaak klassiek contrapuntisch. Hij won verschillende belangrijke muziekprijzen, en zijn omvangrijke oeuvre omvat de gangbare genres symfonie, concerti, kamermuziek en vocale en instrumentale solowerken – maar ook stukken voor amateur-uitvoerders. Meer dan 400 van zijn werken waren ooit verkrijgbaar bij de voormalige Nederlandse uitgeverij Donemus. Zijn werken zijn zeer gevarieerd en raken zowel het intellect als de emotie.

       Hier volgt mijn commentaar op vier van Van Dijk’s typische grootschalige werken, alle uitgegeven door de Jan van Dijk Stichting:

      De orkestrale Symfonietta’s (No. 2 uit 1952 en het minuscule No. 3 van 1956) zijn gemoedelijke, pretentieloze composities die enkele van de epigrammatische tendensen vertonen waaraan Pijper de voorkeur gaf.

      Van Dijks grootschalige Symfonie nr. 4 voor soli, koor en orkest, op teksten van drie gewaardeerde Nederlandse schrijvers, twee 17e-eeuwse en een 20e-eeuwse, is een soms quasi-opera-achtig, driedelig epos over de veranderende wereld – wat vroeger was is er niet meer: om te beginnen is er een heimwee naar het verlies van een ooit elegant landhuis aan een kleine rivier naar Amsterdam die in het verleden getuige was van een nu voorbije “glorieuze tijd”; er is hevig verzet tegen de bouw van een extravagant schip dat in vroegere tijden door mensen als een belediging van de hemel zelf werd beschouwd; en tenslotte ziet een dichter tijdens een wandeling “alles verknoeid”: het wiel van de wereld heeft het “op zijn kop” gezet en “er zijn overal opstanden en niets blijft zoals het was”. “

      De zeer korte Symfonie nr. 6 uit 1961 tenslotte toont het accepteren van een wat moderner timbre en temperament in kleurrijke orkestratie.



April 2023,

Luud Bochem