In de papieren nalatenschap van mijn vader Jan vond ik onderstaande. Treffend als het gaat over de manier van zich uiten van Jan. Treffend als het gaat over de relatie tussen mijn ouders. Treffend als het gaat over de ‘theater-junks’ die mijn vader en moeder waren. Maar bovenal ontroerend.
Aan de tekst zijn toegevoegd: de notentekst van de quatre-mains ‘Marche et Valse’, een geluidsfragment hiervan, enige afbeeldingen en het geluidsfragment van de ‘Sinjorenvariaties’.
IJsbrand van Dijk.
Zwijndrecht, 2013
Toen we ouder, en zelfs héél oud, werden en in Zwijndrecht woonden, reisden we niet meer. Dat ging niet meer.
Daardoor geen concert, geen opera meer. Niet bereikbaar, waar ook, in Gouda of Antwerpen, of Arnhem, of Rotterdam, of Tilburg, of Tiel….
Dat betekende: geen levende muziek meer….. Alleen maar tv of cd….. radio ….andere apparaten.
De oplossing was volgens Aartje dat ik, om de paar dagen, een klein recital zou spelen. Dat was wel wat: ik ging een en ander uitzoeken voor (nog) binnen mijn pianistiek. Maar, gelukkig, er kon nog wel wat. Zo ontstonden (kleine) programma’s met daarop als volgt bijvoorbeeld:
.. Mozart, Schumann, Grieg, Beethoven of
.. Schubert, Haydn, Bartok of
.. Pijper, Sweelinck, Lekeu en Ravel of
.. Bach, Liszt en Debussy of
.. Schönberg, Satie, Benoit en Van Dijk.
Ik “haalde op” binnen het mogelijke en voelde me kern-gelukkig, als ik zo bezig was. Mijn publiek, Aartje en ik, genoot van levende, klinkende muziek.
Waarom dit verhaal over levende muziek in het huis van beide liefhebbers?
Elk “concertje” werd besloten met een muziekje van Jan van Dijk uit een serie – nog niet uitgegeven – “schetsen” uit het jaar 2012.
Bij het laatste, hier als voorbeeld bedoelde “programma” stond ook Van Dijk. Dat was ‘Tema con variationi’ uit 1962, dus al aardig oud, maar springlevend gebleven. Dat slotstukje noemden wij ons volkslied, symbool voor ons zelfstandig blijven leven. (Het stukje heeft als bijnaam “de Sinjorenvariaties”, gemaakt namelijk te Antwerpen.)
Zoals we niet meer naar concerten en opera’s en zo konden gaan, zo konden we ook niet gemakkelijk meer naar musea, exposities en zo.
Ook daarvoor was toch een oplossing, zodat we niet vervreemd raakten van beeldende kunst door niet meer naar galerieën te kunnen komen! Onze schoondochter was niet alleen muziekschoollerares, maar óók schilderes. Wij zagen van tijd tot tijd reeksen nieuwe werkstukken, die soms ook nog door het geschilderde onderwerp onze buitenlandse ervaringen gingen opfrissen.




Nog één keer speelde ik, met IJsbrand, in het openbaar piano. Bij de opening van een expositie van werken van leerlingen van schilder Jan de Grauw: zij hadden de opdracht gekregen een portret van mij te vervaardigen en al deze werken werden geëxposeerd in Barendrecht, met daaromheen een concertje met werken van mij. Daar musiceerde de schilderes en speelde de secretaris van de Stichting Jan van Dijk – Muziekwerken met zijn vader nog eens vierhandig de ‘Marche et Valse’ uit 1963, opus 359 in het openbaar. Dit alles met nog een Van Dijk op het programma: een Van Dijk, een bevriend collega, maar geen familie.
Op de Psalter-uitgave staat op elk van de zes banden met koorwerken a.c. een portret van de ik – Jan van Dijk, gemaakt door Lidwien Kuster. Haar man, leraar Nederlands en muziek-docent, IJsbrand van Dijk bestuurt en beheert de Stichting Jan van Dijk – Muziekwerken.


En zo zijn beeldende kunst en muziek in onze familie, naast onze taal, onderwerpen van activiteit gebleven.

2013
Jan van Dijk
De twee in deze tekst genoemde stukken kunt u ook beluisteren; klik gewoon op de namen ‘Tema con varationi’ en ‘Marche et Valse’.
